Het nieuw fiscaal raamwerk (01.01.2002)

Afschaffing van het offshore regime

Bij de inwerkingtreding van het NFR op 1 januari 2002 is het offshore regime afgeschaft en geldt er een uniform winstbelastingtarief van 34,5%. Bestaande offshore vennootschappen kunnen tot en met 2019 gebruik blijven maken van de “oude” offshore regeling. Zie hiervoor : oud regime N.V.’ s

De deelnemingsvrijstelling

Er is een ruime deelnemingsvrijstelling geïntroduceerd waarbij de voordelen (dividenden en de winst op de verkoop van aandelen) uit een binnenlandse deelneming volledig vrijgesteld worden.

Voordelen uit een buitenlandse deelneming zijn voor 95% vrijgesteld. De resterende 5% is belast tegen het uniforme tarief van 34,5% (het effectieve belastingtarief bedraagt in dit geval derhalve 1,73%).

De fiscale eenheid

Met het Nieuw Fiscaal Raamwerk is de mogelijkheid geïntroduceerd om een fiscale eenheid te vormen. Het fiscale eenheidsartikel lijkt in grote mate op dat in Nederland. Zo dienen alle aandelen in de dochtervennootschap in het bezit van de moedervennootschap te zijn en wordt de dochtervennootschap geacht te zijn opgegaan in de moedervennootschap. Ook de standaardvoorwaarden voor de fiscale eenheid lijken op die van Nederland.

Geen dividendbelasting

Het NFR introduceerde ook een Dividendbelasting. Het tarief bedraagt 10%. De Dividendbelasting is echter niet in werking getreden. De verwachting is dat dit in de (nabije) toekomst ook niet zal gebeuren.

Indien de Dividendbelasting wel in werking zou treden, dan zal er een overgangsperiode van 12 maanden van toepassing zijn, waarbinnen dividenden kunnen worden uitgekeerd zonder heffing van dividendbelasting.

Bestaande offshore vennootschappen en NA B.V.’s (zie het onderdeel hierna) zullen ten alle tijde van dividendbelasting zijn vrijgesteld

Standaardruling

Er zijn een aantal standaardrulings geïntroduceerd, waardoor het voor een nieuwe N.V. toch mogelijk is, niet het hoge eenheidsbelastingtarief te betalen. Dit is echter een tamelijk ingewikkelde materie.