Offshore vennootschappen van voor 1 januari 2002

Oude offshore vennootschapen zijn vennootschappen, die opgericht zijn voor 1 januari 2002 en die, mits zij aan bepaalde door de Wet gestelde voorwaarden voldoen, de voordelen van de oude belastingwetgeving genieten.
Deze voordelen zijn gegarandeerd bij Wet en gelden tot en met het jaar 2019. Het behoeft geen betoog dat deze vennootschappen schaars zijn en dat derhalve de koopsom van de aandelen hoog kan zijn.

Een aantal typen oude regime offshore vennootschappen zijn:

Houdster – en investeringsmaatschappijen:

Deze vennootschappen hebben primair tot doel de investering in waardepapieren zoals aandelen en andere bewijzen van deelgerechtigheid, obligaties of andere rentedragende papieren onder welke naam en in welke vorm dan ook. Het inkomen wordt tegen 5,5%. belast. Vermogenswinsten – of verliezen, alsook waardestijgingen of -dalingen in activa blijven bij de berekening van de belastbare winst buiten beschouwing. Redelijke kosten zijn aftrekbaar. Rente is niet aftrekbaar tenzij deze is betaald aan een bank of vergelijkbare financiële instelling, of indien een en ander in een ruling is vastgelegd.

Financieringsmaatschappijen:

Op grond van van de artikelen 14 en 14A. is het financieringsmaatschappijen niet toegestaan rentekosten af te trekken. Het is wel mogelijk vooraf een ruling te verkrijgen op grond waarvan dit toch nog mogelijk is. Door de inspectie der belastingen zullen meestal een aantal voorwaarden gesteld worden. Het percentage van de winstbelasting bedraagt ook hier 2.4- 3%.

Onroerend goed maatschappijen:

Bedrijven, die investeren in onroerend goed gelegen buiten de Nederlandse Antillen, worden belast tegen 0%, op voorwaarde,  dat in het land waar het onroerend goed gelegen is, enige vorm van winstbelasting wordt geheven.

Royalty maatschappijen:

Vennootschappen die patenten, auteursrechten, handelsmerken en andere vergelijkbare rechten houden, worden belast met het gegarandeerde tarief van 2.4 – 3% over het netto ontvangen royaltyinkomen.

Offshore handelsmaatschappijen:

Vennootschappen, die zich bezig houden met buitenlandse handelsactiviteiten, kunnen vooraf een ruling verkrijgen op basis waarvan de winst belast is met een tarief van 5 tot 7%. In de praktijk blijkt dit ook zonder ruling te werken.